- Vennootschapsbelasting (vpb) is een heffing op de winst van rechtspersonen zoals bv’s en nv’s. Het bedrag dat je betaalt varieert afhankelijk van hoe goed je bedrijf presteert: meer winst betekent meer vpb.
- Niet alle organisaties zijn verplicht vennootschapsbelasting te betalen. Naast bv’s en nv’s moeten ook sommige verenigingen en stichtingen met winstoogmerk aangifte doen. Eenmanszaken en zzp’ers betalen geen vpb, maar inkomstenbelasting.
- Verliesverrekening is een cruciaal aspect van vennootschapsbelasting. Bedrijven kunnen verliezen uit het ene jaar gebruiken om winsten uit andere jaren te compenseren, wat de belastingdruk verlaagt en de financiële stabiliteit bevordert.
De vennootschapsbelasting, oftewel vpb, is voor veel ondernemers een soort stille compagnon. Je ziet hem niet, maar hij pakt wel altijd zijn deel van de winst. Dit artikel is jouw complete gids over de vpb in Nederland. Wat het is, wie het betaalt, hoe de tarieven in 2026 eruitzien en welke slimme aftrekposten je kunt gebruiken om je belastingdruk omlaag te krijgen.
Waarom nu een update? Omdat de regels regelmatig veranderen en de tarieven voor 2026 inmiddels bekend zijn. En omdat niemand zin heeft om door twintig PDF’s van de Belastingdienst te bladeren. Goed om te weten: dit artikel is gebaseerd op de meest recente informatie van onder andere het Belastingplan 2026 en de Belastingdienst. Verandert er iets? Dan werken we het direct bij.
Wat is de vennootschapsbelasting (vpb)?
De vennootschapsbelasting is de belasting die bedrijven betalen over hun winst. Zie het als de zakelijke tegenhanger van de inkomstenbelasting. In Nederland betaalt een rechtspersoon vpb over de winst die in een boekjaar wordt gemaakt. Dus draait jouw bv of nv een goed jaar, dan doet de vpb vrolijk mee. En heeft je bedrijf een dipje, dan beweegt de belastingdruk netjes mee omlaag.
Niet elke organisatie betaalt automatisch vpb. Dat zit zo:
- Bv’s en nv’s vallen altijd onder de vennootschapsbelasting.
- Verenigingen en stichtingen soms. Die moeten alleen aangifte vennootschapsbelasting doen als ze structureel winst willen maken of commerciële activiteiten uitvoeren. Denk aan een sportclub met een flinke kantine-omzet.
- Eenmanszaken, vof’s en maatschappen betalen géén vpb. Dat zijn natuurlijke personen, dus hun winst wordt gezien als inkomen en belast via de inkomstenbelasting.
Twijfel je of jouw organisatie binnen de vpb valt? De Belastingdienst heeft een handige online check die je binnen een minuut richting geeft. Mocht je daarna alsnog twijfelen, dan is dat hét moment om even met je accountant te bellen.
- Jeroen
- Head of Finance
Tarieven en schijven
De vennootschapsbelasting in Nederland werkt met twee schijven. Hoe hoger de winst, hoe hoger het deel dat in de tweede schijf terechtkomt. Goed om te weten: voor 2026 blijven de tarieven gelijk aan die van 2025. Geen verrassingen dus.
Tarieven vennootschapsbelasting 2025 en 2026:
Voor zowel 2025 als 2026 gelden deze tarieven:
- Winst tot en met € 200.000: 19 procent
- Winst boven € 200.000: 25,8 procent
Het gaat om je belastbare winst, dus na aftrekposten, verliesverrekening en andere fiscale correcties. Hoe beter je die optimaliseert, hoe lager de winst waarover je uiteindelijk vpb betaalt. Dat maakt optimaliseren van je vpb-aftrekposten (zoals de KIA, EIA of de innovatiebox) een stuk interessanter.
Wist je dat… de drempel van € 200.000 al een paar jaar ongewijzigd is? Tot 2021 lag die grens nog op € 245.000. Sinds 2023 is deze verlaagd, waardoor bedrijven sneller in de hogere schijf vallen.
- Jeroen
- Head of Finance
Hoe hebben de vpb-schijven zich ontwikkeld?
De tarieven lijken stabiel, maar op de achtergrond verandert er regelmatig iets.
Een snelle tijdlijn:
2022
- Laag tarief: 15 procent
- Eerste schijf tot € 395.000
2023
- Laag tarief: 19 procent
- Eerste schijf verlaagd naar € 200.000
2024 tot en met 2026
- Laag tarief blijft 19 procent
- Eerste schijf blijft € 200.000
- Hoog tarief blijft 25,8 procent
Kortom: de percentages zijn al een tijdje constant, maar de lagere schijf is in 2023 flink verkleind. Daardoor betalen veel ondernemingen sinds dat jaar eerder 25,8 procent vpb.
Bepaling van de winst en de belastbare grondslag
De vennootschapsbelasting wordt niet berekend op basis van de winst in je jaarrekening, maar op de fiscale winst. Die twee lijken vaak op elkaar, maar zijn zelden volledig hetzelfde. De fiscale winst volgt namelijk de regels uit de Wet vpb, en die kunnen afwijken van wat je accountant in je commerciële jaarrekening verwerkt.
Commerciële winst versus fiscale winst
De commerciële winst staat in je jaarrekening, opgesteld volgens de boekhoudregels (RJ of IFRS).
De fiscale winst volgt de belastingregels. Die zijn soms strenger, soms soepeler en soms ronduit eigenwijs. Voorbeelden van verschillen:
· Je mag fiscaal vaak sneller of anders afschrijven dan commercieel.
· Sommige kosten zijn deels of helemaal niet aftrekbaar.
· Fiscaal moet je bepaalde waarderingen aanpassen, bijvoorbeeld bij voorzieningen of vorderingen.
De Belastingdienst kijkt dus niet naar hoe winstgevend je eruitziet op papier, maar hoe winstgevend je bent volgens het fiscale handboek.
Afschrijvingen en waarderingen
Afschrijvingen zijn een belangrijke factor in de bepaling van de fiscale winst. De regels verschillen per type activum. Bijvoorbeeld:
· Gebouwen mag je maar tot een bepaalde bodemwaarde afschrijven.
· Goodwill mag je alleen lineair afschrijven in tien jaar.
· Bedrijfsmiddelen kennen vaak ruimere afschrijvingsregels, zeker in combinatie met investeringsaftrek.
Daarnaast zijn er waarderingsregels, bijvoorbeeld voor voorraden, onderhanden werk en vorderingen. Soms moet je fiscaal conservatiever waarderen dan commercieel, waardoor je winst lager wordt.
Voorzieningen en fiscale reserves
Bedrijven mogen onder voorwaarden voorzieningen vormen voor toekomstige uitgaven. Voorbeelden zijn garanties, reorganisaties of groot onderhoud. De regels zijn streng: de verplichting moet herleidbaar zijn naar het boekjaar en voldoende concreet.
Ook bestaan er fiscale reserves, zoals de herinvesteringsreserve (HIR). Hiermee kun je winst uit de verkoop van bedrijfsmiddelen doorschuiven naar een later jaar, zolang je opnieuw investeert. Voor veel ondernemers een strategische manier om de vpb-druk te spreiden.
Correcties en uitsluitingen
Niet alles mag je aftrekken.
Denk aan:
· boetes en geldstraffen
· gemengde kosten waarvoor een vaste aftrekbeperking geldt
· persoonlijke uitgaven die zowel privé als zakelijk waren bedoeld
Het maakt de vpb-grondslag soms technischer dan je zou willen. Maar als je dit eenmaal snapt, weet je precies welke knoppen je kunt draaien om je belastingdruk slimmer te plannen.
Verliesverrekening: hoe compenseer je winst met oude verliezen?
Een winstgevend jaar voelt heerlijk, maar een verliesjaar kan fiscaal verrassend vriendelijk uitpakken. Dankzij verliesverrekening kun je verliezen uit het ene jaar gebruiken om winst uit andere jaren te verlagen. Minder winst betekent minder vennootschapsbelasting. En dat is precies waarom verliesverrekening een van de belangrijkste instrumenten binnen de vpb is.
Nederland werkt hiervoor met twee mechanismen: carry back en carry forward.
Achterwaartse verliesverrekening (carry back)
Heb je verlies gemaakt in een boekjaar? Dan mag je dat verlies eerst verrekenen met de winst van het voorgaande jaar. Dit levert vaak direct belastingvoordeel op doordat je (een deel van) de eerder betaalde vpb terugkrijgt. De verrekening werkt automatisch zodra je aangifte doet.
Voorwaartse verliesverrekening (carry forward)
Blijft er na die achterwaartse verrekening nog verlies over? Dan schuift dat restant door naar toekomstige jaren. Sinds 2022 geldt één set regels: verliezen zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar, maar wel met een plafond.
En dat plafond werkt zo:
- De eerste € 1.000.000 winst mag je volledig wegstrepen met oude verliezen.
- Van de winst boven € 1.000.000 mag je maximaal 50 procent wegstrepen.
Hierdoor blijft er altijd een minimale winst over waarover toch vpb wordt betaald. Dit voorkomt dat zeer winstgevende ondernemingen jarenlang nul euro vennootschapsbelasting afdragen, omdat ze in het verleden een verliesjaar hebben gedraaid.
Waarom deze regels handig zijn voor ondernemers
Verliesverrekening zorgt ervoor dat je niet in een situatie komt waarin je in slechte jaren stevige verliezen hebt en in goede jaren torenhoge belastingen betaalt. Je vlakt de pieken en dalen uit. Dat geeft rust in je cashflow, investeringsruimte én een iets lager hartslagmoment bij het openen van de aanslag van de Belastingdienst.
Voorbeeld: hoe werkt verliesverrekening in de praktijk?
Een verlies van € 6.000.000 uit 2025
Een winst van € 8.000.000 in 2026
Je mag in 2026:
· De eerste € 1.000.000 volledig wegstrepen
· Plus 50 procent van de resterende € 7.000.000, dus € 3.500.000
Totaal verrekenbaar verlies: € 4.500.000
Belastbare winst 2026 wordt dan: € 3.500.000
Belangrijk detail: dit is een maximum per jaar, geen verplichting. Heb je minder verlies dan het rekensommetje toestaat, dan houdt het simpelweg op. De Belastingdienst verzint er geen extra verlies bij.
Tip: houd je oude verliezen netjes bij. De Belastingdienst doet dat ook, maar jouw eigen overzicht helpt bij investeringsbeslissingen, dividendplanning en het moment waarop je eventueel een fiscale eenheid wilt aangaan of verbreken.
Belangrijke regelingen en aftrekposten binnen de vpb
De vennootschapsbelasting draait niet alleen om winst, schijven en een flinke dosis rekenwerk. De echte magie zit ’m in de regelingen die bepalen wat je níet hoeft te betalen. Hieronder vind je de belangrijkste vpb-voordelen die elke ondernemer zou moeten kennen. Zie het als je fiscale blokkendoos: hoe beter je weet wat erin zit, hoe slimmer je kunt bouwen.
Deelnemingsvrijstelling
Heb je een holding met één of meerdere dochter-bv’s? Dan wil je deze regeling kennen. De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat je dubbel belasting betaalt over dezelfde winst. Dividenden, verkoopwinsten en koersverschillen uit een deelneming blijven buiten de heffing, zolang je minimaal 5 procent van de aandelen bezit. Het resultaat: winst die binnen je groep heen en weer beweegt, wordt niet steeds opnieuw belast. Je accountant glimlacht nu al.
Innovatiebox
De innovatiebox is er voor bedrijven die nieuwe producten of technologie ontwikkelen. Komt een deel van je winst voort uit iets dat je zelf hebt bedacht en gebouwd, dan betaal je daar geen 19 of 25,8 procent belasting over, maar 9 procent. Voorwaarde is wel dat je een WBSO-verklaring hebt en kunt aantonen welke winst écht uit innovatie komt. Voor techbedrijven, softwarebouwers en creatieve ondernemers voelt dit meestal als: eindelijk worden we eens beloond voor al dat denkwerk.
Earnings stripping-regeling
Leen je geld binnen je onderneming of internationale groep? Dan kom je vroeg of laat de earnings stripping-regeling tegen. Die bepaalt hoeveel rente je mag aftrekken, zodat bedrijven hun winst niet kunstmatig omlaag kunnen duwen met hoge interne leningen.
De rekensom: je mag maximaal 30 procent van je EBITDA aftrekken (lees: winst vóór rente, belasting, afschrijving en amortisatie), bovenop een vaste drempel van €1.000.000 die altijd aftrekbaar is. Betaal je méér rente dan dat? Dan schuift het overschot door naar volgende jaren. Niet leuk, wel overzichtelijk.
Objectvrijstelling voor buitenlandse activiteiten
Werk je in meerdere landen? Dan helpt de objectvrijstelling om te voorkomen dat je in Nederland nog eens belasting betaalt over buitenlandse winsten. Winst uit een vaste inrichting in het buitenland blijft hier buiten de heffing. Kleine kanttekening: buitenlandse verliezen mag je dan ook niet verrekenen met Nederlandse winsten. Het blijft dus een kwestie van eerlijk rekenen, geen fiscale grabbelton.
Fiscale eenheid vennootschapsbelasting
Een fiscale eenheid bundelt meerdere bv’s tot één belastingplichtige. Dat betekent: één vpb-aangifte, winsten en verliezen onderling verrekenen en minder administratieve rompslomp. Klinkt handig, en dat is het ook. Maar let op: binnen een fiscale eenheid ben je wel samen aansprakelijk. Gaat het bij één bv mis, dan kijkt de Belastingdienst gewoon naar de rest van de familie. Handig om te bespreken voordat je vol enthousiasme alles samenvoegt.
Tip Wist je dat… veel ondernemers pas na een paar jaar ontdekken dat ze met de combinatie van deelnemingsvrijstelling, innovatiebox én verliesverrekening aanzienlijk minder vpb hadden kunnen betalen? Fijn voor later, maar nog fijner om het meteen goed te doen.
- Jeroen
- Head of Finance
Voorbeelden en rekencasussen
Cijfers zeggen vaak meer dan een pagina vol regels. Daarom hieronder een aantal praktische voorbeelden die laten zien hoe de vennootschapsbelasting in Nederland uitpakt in verschillende situaties. Hiermee kun je snel inschatten wat jouw bedrijf ongeveer kwijt is en hoe regelingen zoals verliesverrekening en de innovatiebox doorwerken.
1. Winst binnen de lage schijf
Je runt een bv die in 2026 een winst van € 150.000 maakt. Er zijn geen bijzondere aftrekposten.
Belastbare winst: € 150.000
vpb-tarief tot € 200.000: 19 procent
Te betalen vpb: € 28.500
In dit scenario blijft alles netjes binnen de lage schijf. Simpel en overzichtelijk.
2. Winst boven de eerste drempel
Je bedrijf draait in 2026 een winst van € 350.000.
Over de eerste € 200.000 betaal je 19 procent. Dat is € 38.000.
Over de overige € 150.000 betaal je 25,8 procent. Dat is € 38.700.
Totaal aan vennootschapsbelasting: € 76.700.
Zoals je ziet: zodra je boven de grens komt, schiet het bedrag snel omhoog. Iets om in de gaten te houden bij winstplanning of investeringen.
3. Voorbeeld met de innovatiebox
Je ontwikkelt een softwaretool waarvoor je een WBSO-verklaring hebt. Van je totale winst van € 500.000 is € 120.000 toe te rekenen aan innovatie.
Innovatiebox-winst: € 120.000 belast tegen 9 procent → € 10.800
Reguliere winst: € 380.000
Hierover betaal je:
· 19 procent over € 200.000 = € 38.000
· 25,8 procent over € 180.000 = € 46.440
Totale vennootschapsbelasting: € 10.800 + € 38.000 + € 46.440 = € 95.240.
De innovatiebox bespaart je in dit voorbeeld duizenden euro’s. Zonder innovatiebox zou je over datzelfde bedrag ruim € 25.000 betalen.
4. Voorbeeld met verliesverrekening
Stel: je hebt in 2025 een verlies geleden van € 300.000. In 2026 draai je een winst van € 600.000.
Belastbare winst vóór verrekening: € 600.000
Te verrekenen verlies: € 300.000
Belastbare winst na verrekening: € 300.000
vpb over 2026:
· 19 procent over € 200.000 = € 38.000
· 25,8 procent over € 100.000 = € 25.800
Totaal: € 63.800.
Zonder verliesverrekening had je ruim twee keer zoveel belasting betaald. Zo zie je hoe je van een verliesjaar toch nog iets positiefs kan maken.
Wijzigingen en aandachtspunten 2025 en vooruitblik 2026
De regels rondom de vennootschapsbelasting veranderen regelmatig. Soms met grote stappen, soms met mini-updates waar alleen fiscalisten warm van worden. Voor 2026 geldt vooral dat de rust is wedergekeerd: de tarieven blijven gelijk en er zijn geen grote verrassingen aangekondigd. Toch zijn er een paar ontwikkelingen die de moeite waard zijn om in de gaten te houden als je vooruit plant.
Tarieven blijven gelijk in 2026
Goed nieuws voor je hoofdrekencapaciteit: de tarieven vennootschapsbelasting voor 2026 zijn hetzelfde als in 2025. Je betaalt 19 procent over de winst tot en met €200.000 en 25,8 procent over alles daarboven. Geen schuivende schijven dus. Dat geeft tenminste wat stabiliteit in een wereld met genoeg andere onzekerheden.
Aandachtspunt: earnings stripping blijft belangrijk
De earnings stripping regeling blijft in 2026 ongewijzigd en verdient nog steeds aandacht, zeker als je bedrijf gefinancierd is met zakelijke leningen. De combinatie van de €1.000.000-drempel en de 30 procent EBITDA-regel bepaalt hoeveel rente je daadwerkelijk mag aftrekken. Voor ondernemingen met vastgoed, holdings of internationale structuren kan dit een flinke impact hebben op de belastingdruk.
Objectvrijstelling en buitenlandse activiteiten
De objectvrijstelling blijft hetzelfde werken in 2026. Buitenlandse winst wordt vrijgesteld, buitenlandse verliezen niet. Dat is eerlijk, maar soms pijnlijk. Ondernemers die uitbreiden naar het buitenland doen er goed aan dit vroeg in hun planning mee te nemen. Het voorkomt dat de winstverwachting mooier lijkt dan hij uiteindelijk uitpakt.
Kwijtscheldingswinstvrijstelling en anti-misbruikmaatregelen
De overheid blijft scherp op constructies die de belastingdruk kunstmatig verlagen. Denk aan strengere interpretaties van de kwijtscheldingswinstvrijstelling en aandacht voor interne leningstructuren. Er verandert in 2026 niets structureels, maar anti-misbruikbeleid blijft een thema dat steeds sneller meebeweegt met internationale afspraken.
Innovatie blijft beloond (maar onder voorwaarden)
De innovatiebox blijft ook in 2026 een van de aantrekkelijkste manieren om je vpb te verlagen. Winsten die voortkomen uit innovatieve activiteiten worden belast tegen 9 procent. Voorwaarden zoals de WBSO-verklaring blijven leidend. Verwacht geen versoepelingen, eerder strengere controles op de toerekening van winst aan innovatie.
Fiscale eenheid blijft praktisch, maar complex
De regels voor de fiscale eenheid veranderen in 2026 niet inhoudelijk, maar het blijft een onderwerp waar de Belastingdienst graag wat langer bij stilstaat. Vooral bij herstructureringen of internationale verbindingen is het slim om tijdig advies te vragen.
Praktische toepassing en aangifte vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting klinkt soms als een ingewikkeld systeem, maar in de praktijk valt het mee als je weet wat je wanneer moet doen. Hieronder lees je hoe je de vpb in Nederland toepast, waar je op moet letten bij je aangifte en hoe je voorkomt dat de Belastingdienst onaangenaam verrast.
Wanneer moet je aangifte doen?
Elke bv en nv moet jaarlijks aangifte vennootschapsbelasting doen. De standaarddeadline is vijf maanden na het einde van je boekjaar. Loopt jouw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan moet je aangifte dus uiterlijk op 1 juni binnen zijn. Heb je een gebroken boekjaar, dan schuift die datum logischerwijs mee.
Red je dit niet? Vraag dan op tijd uitstel aan. De Belastingdienst geeft je meestal vijf maanden extra de tijd om je aangifte alsnog te doen. Dat voelt misschien alsof je respijt krijgt, maar geloof ons: de tijd gaat sneller dan je denkt.
Hoe doe je aangifte vennootschapsbelasting?
Je kunt op drie manieren aangifte doen: via het ondernemersportaal van de Belastingdienst, vanuit je boekhoudsoftware of via een accountant. Welke route je kiest, hangt vooral af van hoe comfortabel je bent met cijfers en fiscale termen. Veel ondernemers laten het met een gerust hart aan hun accountant over. Dat is heel normaal en vaak gewoon het efficiëntst.
De voorlopige aanslag vpb
De voorlopige aanslag is een voorschot op basis van de winst die je verwacht. Je betaalt dit in maandelijkse termijnen. Zit je voorspelling te hoog of te laag? Stel de aanslag dan bij, zodat je niet halverwege het jaar te veel betaalt of aan het eind voor een verrassing komt te staan.
Tip: bij een sterk groeiend bedrijf kan het lonen om de voorlopige aanslag twee tot drie keer per jaar te herijken.
- Jeroen
- Head of Finance
Wat als je te laat bent?
Een vergeten deadline kan duur uitpakken. De verzuimboete voor te laat aangifte doen begint bij € 2.757 en kan oplopen tot € 5.514 als het vaker gebeurt. Ook te laat betalen levert gedoe op. Daarnaast rekent de Belastingdienst belastingrente als de aanslag later wordt vastgesteld dan verwacht. Voor de vpb is die rente minimaal 8 procent. Dat is niet het soort rente waar je blij van wordt.
Documentatie en bewijslast
Je hoeft geen archiefkast te bouwen, maar de Belastingdienst wil wel dat je administratie klopt.
Zorg dat je de volgende zaken scherp hebt:
- jaarrekening of financieel overzicht dat aansluit op de aangifte
- documentatie over investeringen en afschrijvingen
- bewijs van eventuele deelnemingen (bijvoorbeeld aandeelhoudersregisters)
- berekeningen voor de innovatiebox, earnings stripping of fiscale eenheid
- bewijsstukken van verliezen uit vorige jaren
Kortom: zorg dat je financiële verhaal logisch is en dat je de herkomst van je cijfers kunt laten zien. Dat is vaak al genoeg.
Wist je dat… veel vragen van de Belastingdienst ontstaan door simpele afrondingsverschillen of ontbrekende toelichtingen? Een heldere administratie bespaart je dus niet alleen tijd, maar ook stress.
- Jeroen
- Head of Finance
Conclusie en advies: zo haal je meer uit de vpb
De vennootschapsbelasting in Nederland lijkt soms een ingewikkeld landschap, maar de basis is helder. Je betaalt vpb over de winst van je bv of nv, de tarieven liggen ook in 2026 op 19 procent en 25,8 procent en met regelingen zoals verliesverrekening, de innovatiebox en de deelnemingsvrijstelling kun je je belastingdruk aanzienlijk verlagen. De kunst zit in het snappen welke regeling wanneer werkt en hoe je daar slim op stuurt.
Het beste advies? Plan vooruit. Denk na over de timing van investeringen, check of een fiscale eenheid of innovatiebox zinvol is en houd de Belastingdienst-updates voor 2026 in de gaten. En heb je een complexe structuur of internationale activiteiten? Dan verdient een fiscaal adviseur zichzelf meestal razendsnel terug.
Tip: Je accountant regelt je cijfers, maar stelt hij ook de juiste vragen om jouw bedrijf echt verder te helpen? Met de checklist ‘12 vragen die je aan je accountant moet stellen‘ ontdek je snel of je financieel het maximale uit je onderneming haalt. Praktisch, to the point en direct toepasbaar in je volgende gesprek.
- Jeroen
- Head of Finance
Veelgestelde vragen
Je betaalt vennootschapsbelasting zodra je onderneming een rechtspersoon is, zoals een bv of nv, en winst maakt binnen een boekjaar. Ook stichtingen en verenigingen kunnen vpb-plichtig zijn als ze structureel commerciële activiteiten uitvoeren. Eenmanszaken en vof’s betalen geen vpb, maar inkomstenbelasting.
Een stichting of vereniging hoeft alleen vpb te betalen als er sprake is van winst of commerciële activiteiten die concurreren met reguliere bedrijven. Denk aan een sportvereniging met een grote kantine-omzet of een stichting die producten verkoopt. De Belastingdienst beoordeelt dit per situatie.
Ja. De verliesverrekening binnen de vpb werkt met carry back en carry forward. Verliezen kun je één jaar terug verrekenen en onbeperkt vooruit. Wel geldt de regel dat je de eerste €1.000.000 volledig mag verrekenen en daarboven maximaal 50 procent van de winst. Hierdoor kun je piekjaren en dipjaren fiscaal slimmer met elkaar verbinden.
De innovatiebox is een regeling waarbij winsten uit innovatieve activiteiten worden belast tegen ongeveer 9 procent in plaats van het reguliere tarief. Voorwaarde is dat je een WBSO-verklaring hebt en duidelijk kunt aantonen welk deel van je winst uit innovatie komt. Voor veel tech- en softwarebedrijven is dit één van de aantrekkelijkste vpb-voordelen.
De deelnemingsvrijstelling voorkomt dubbele belasting binnen een concern. Heb je een deelneming van minimaal 5 procent in een dochter-bv die een onderneming drijft, dan hoef je dividenden en verkoopwinsten uit die deelneming niet te belasten. Handig voor holdings en bedrijven met meerdere bv’s.
De earnings-strippingregeling begrenst hoeveel rente je mag aftrekken binnen de vpb. Je mag maximaal 30 procent van je EBITDA aftrekken, plus een vaste drempel van €1.000.000 die altijd aftrekbaar is. Bedrijven met hoge financiering of internationale structuren merken dit vaak als eerste in hun belastingpositie.
Ja. Je kunt meerdere bv’s samenvoegen tot één fiscale eenheid als ze voldoende financieel, organisatorisch en juridisch verweven zijn. Hierdoor kun je winsten en verliezen onderling verrekenen en één gezamenlijke aangifte doen. Verbreken kan ook, bijvoorbeeld bij verkoop of herstructurering. Houd er wel rekening mee dat een fiscale eenheid ook gezamenlijke aansprakelijkheid betekent.
Nee. Betaalde vennootschapsbelasting is geen kostenpost en dus niet aftrekbaar van de winst. Wel kun je door aftrekposten, investeringen en verliesverrekening je belastbare winst verlagen, waardoor je uiteindelijk minder vpb betaalt.